De Bijbel letterlijk nemen?

'Tja, als de Bijbel het Woord van God is, móet je Jona toch eigenlijk wel letterlijk nemen?' - reageert Lars. Het is september 2009, vrijdagavond. De eerste avond van een nieuw seizoen Bijbelkring, dat ik zal leiden. Iedereen wacht gespannen af wat het thema wordt. Dat wordt Jona. De reacties zijn twijfelend. Jona, Jona... - wat moet je daar als gelovige nu precies mee? Aanspreken doet het in eerste instantie niet. Het is daarvoor een te kinderlijk verhaal.

Een mens in een vis
We beginnen met het hardop lezen van de vier hoofdstukken. Nog voor we daarmee klaar zijn, vraagt een eerste kringlid al: 'Zou dit nou echt gebeurd zijn?' Anderen vallen haar bij. Dit verhaal gaat wel erg 'ver'. Het is net een sprookje. Een ander reageert geïrriteerd: 'Natuurlijk is dit echt gebeurd, anders kun je net zo goed de rest van de Bijbel ook vaarwel zeggen!' Voor we het weten, zitten we midden in een discussie over de Bijbel, betrouwbaarheid, onfeilbaarheid, letterlijk lezen of niet... Aan Jona kwamen we die avond niet meer toe.

To be or not to be
Vragen over de Bijbel kunnen de gemoederen flink doen oplopen. 'To be or not to be?' - daar draait het om. Het raakt de kern van wie we zijn. Hebben wij als gelovigen die hun geloof baseren op de Bijbel nog bestaansrecht? We willen en kúnnen niet loslaten dat de Bijbel het Woord van God is, dat het écht en letterlijk gebeurd is - want daarmee staan wij zelf op het spel.
Daarom lezen we boek na boek: over Jona, over de schepping, over de verschillen tussen de evangeliën. Keller, Dekker, Lewis en Hobrink zijn veel gelezen namen. 'Zie je wel', denk je dan bij jezelf, 'het is niet belachelijk wat ik geloof'. Maar hoeveel we ook lezen, vaak verdwijnt de onrust maar tijdelijk. We wachten ongeduldig af tot het volgende boek gepubliceerd wordt. We willen zó graag opnieuw bevestigd worden, dat de Bijbel écht het Woord van God is.

Woord van God
Ik vrees weleens, dat onze angst en onrust de oorzaak zijn van veel problemen die we met de Bijbel hebben. We zijn bang af te doen aan het Woord van God. Daarom houden we angstvallig vast aan onze (soms kinderlijke) ideëen over het Woord van God. De inspiratie van de Bijbel kunnen we niet anders denken dan een letterlijke-mechanische inspiratie. God dicteerde de Bijbel - foutloos! Ondat Hij betrouwbaar is, is alles écht en létterlijk gebeurd.
Door onze angst halen we vragen door elkaar. De interpretatie van een tekst laten we afhangen van het goddelijk gezag ervan. De tekst heeft goddelijk gezag, dús moet je de tekst letterlijk lezen. Onbewust bepalen wij zo hoe God in elkaar zit en hoe Hij spreekt. We beperken God tot letterlijke optekening van de geschiedenis. We ontzeggen God alle creativiteit of enige andere literaire competentie. (En dat, terwijl Jezus toch ook in gelijkenissen de mensen toesprak!)
Niet Jona, niet de schepping en niet de verschillen tussen de vier evangelieën vormen het lastigste probleem. Onze opvattingen over het Woord van God vormen soms een veel lastiger probleem.

Een God van mensen
Dat God de Bijbel heeft geïnspireerd, klopt met wat de bijbelschrijvers zelf zeggen (2 Timoteüs 3:16 en 2 Petrus 1:20vv). De bijbelschrijvers claimen niet dat dit betekent, dat God de tékst zelf letterlijk opschreef. Slechts eenmaal staat er in de Bijbel dat Gods vinger zelf iets schreef: Hij schreef de wet op de stenen tafelen (Exodus 31:18).
De Bijbel is dus door mensen geschreven en doorgegeven; en mensen maken wel eens fouten. Dat wil niet zeggen, dat Gods Geest hen niet inspireerde. Maar Gods Geest maakt van mensen geen volmaakte mensen en ook geen volautomatisch aangestuurde robots. Lucas moest nog steeds moeite doen om voldoende materiaal voor zijn evangelie te verzamelen (Lucas 1:3). En Paulus heeft, ondanks de inspiratie van Gods Geest, toch ook zijn eigen geheugen geraadpleegd (1 Korintiërs 1:16).
De menselijkheid van de Schrift is geen bedreiging voor haar waarde. Juist dit, maakt de Bijbel tot zo'n mooi boek. Het is geen magisch boek, dat zo uit de hemel is komen vallen. Je hoeft niet te vetrouwen op één persoon, die kanaal van een bovennatuurlijke openbaring was (denk aan de Koran). De Bijbel wortelt in de realiteit en in het echte, 'historische' leven van vele mensen. God is met hen op weg gegaan. Zij hebben Hem in hun leven ontmoet en getuigen daarvan - ieder op zijn eigen manier.
Het karakter van de Bijbel laat eigenlijk het hart van het christelijk geloof zien: onze God is een God van mensen. Hij laat mensen nooit links liggen, maar schakelt hen in -  ook voor het schrijven van zijn Woord. Hij laat ze hun talenten en capaciteiten gebruiken. Dat Zijn Woord een menselijk boek is, behoort tot de rijkdom van het geloof.

Niet alle vragen op één hoop
Deze houding biedt ruimte, om de verschillende vragen die bij het lezen van Bijbelteksten meespelen serieus te nemen en te onderscheiden. Er zijn verschillende soorten vragen, die om verschillende soorten antwoorden vragen. Dat vormt het uitgangspunt voor een eerlijke discussie.
Vaak gooien we ten onrechte alle vragen op één hoop: 'Lees jij de Bijbel letterlijk of niet?' 'Letterlijk' kan in dit geval bijna alles betekenen. Om bij het voorbeeld van Jona te blijven: Is het verhaal van Jona in de vis letterlijk gebeurd of niet? Lees jij alle bijbelteksten letterlijk (e.g. er waren precies 120.000 inwoners van Nineve die niet wisten wat rechts en links was)? Staat er in Jona 4:6 letterlijk 'wonderboom' (NBV), of 'plant' (GNB), of 'ricinusboom' (WV)? Dat telt immers, als God Jona letterlijk zelf heeft geschreven!
Hier spelen verschillende vraagstukken een rol. De vraag naar de geschiedenis 'achter' de tekst ('is het echt gebeurd?'), is een andere vraag dan de vraag naar de betekenis van de tekst voor ons nú. De vraag naar de grondtekst ('wat staat er nu precies?'), is een andere vraag dan de vraag naar het gezag van die tekst.
Natuurlijk staat het ene vraagstuk niet geheel los van het andere, maar verbanden zijn soms anders dan wij denken. Origenes (circa 185-254), een van de grootste leraren van de vroege kerk, vormt een goed voorbeeld. Hij geloofde in een inspiratie van de bijbeltekst tot op de letter; niets staat er voor niets. Daarom moet een uitlegger zeer nauwkeurig te werk gaan. Maar omdat het de Géést is die de letter inspireerde, moet de uitlegger zoeken naar de gééstelijke betekenis áchter de letter. De allegorische uitleg werd daarom als meest geestelijke en hoge gezien.

De tekst serieus nemen
De theologische wetenschap biedt veel dat ons kan helpen de verschillende vragen te beantwoorden. Wie kennis heeft van literaire genres, kan het karakter van een tekst beter op waarde schatten. Kennis van historische achtergronden, doet ons de inhoud beter begrijpen. Zogenaamde 'fouten en tegenstrijdigheden' blijken soms eenvoudig het resultaat van het toepassen van verteltechnieken en literaire stijlfiguren (verdichting, vertraging, overdrijving, metaforen).
Dat de theologische wetenschap soms ook heel kritisch over de bijbeltekst is, hoeft geen angst in te boezemen. Er ligt nog steeds een enkele honderden pagina's tellend boek voor ons. Dat kan je niet 'wegverklaren'. Elke serieuze lezer zal met redenen moeten komen, waarom mensen dit ooit zó opgeschreven hebben. Dat deze mensen hobbyisten waren die wedijverden in een broodje aap-competitie, lijkt geen aannemelijke verklaring.
Eerlijker is om te vragen: Wat hebben zij bedoeld? Wat hebben zij willen zeggen? Waarom? Wat heeft hen gemotiveerd tot het schrijven? Wat hebben zij meegemaakt dat zij dit schreven? Een aanrader is Suprised by Hope, waarin Tom Wright dit soort vragen over de opstanding stelt. Hebben de discipelen de opstanding verzonnen om zichzelf te troosten? Maar zou je je leven geven voor een verhaal, waarvan je weet dat je het zelf hebt verzonnen?
Wie de Bijbel serieus, open en kritisch leest, kan aan dit soort vragen niet ontkomen. Juist door een nuchtere en kritische benadering, zullen sommige vragen alleen maar scherper op de lezer afkomen. Wij hoeven mensen niet bijvoorbaat 'in een spagaat' te brengen, door hen op te leggen hoe zij de Bijbel 'behoren' te lezen. Laat de tekst dat zelf maar doen.

De autopistie van de Schrift
En dan komen we bij de kern; hier gaat het om. De tekst kan de lezer niet alleen 'in een spagaat' brengen. De tekst kan de lezer ook tot geloof brengen. Al eeuwen lang hebben lezers gemerkt, dat God door deze schriften heen tot hen spreekt. Dat wil niet zeggen dat zij de tekst nu plots 'letterlijk' lezen. Het wil zeggen dat de Bijbel voor hen het Woord van God wórdt, omdat Gods Geest hen aanspreekt tijdens het lezen.
Daarom wordt de Bijbel van oudsher het Woord van God genoemd. De kerk besloot niet de Bijbel gezag te 'geven' door haar 'Woord van God' te noemen. De kerk hérkende en érkende dat God in deze Schriften sprak.
De kerk heeft op dit punt gesproken over de autopistie van de Schrift (e.g. Calvijn, Institutie I, VII): de Schrift bewijst haar eigen geloofwaardigheid. Door het getuigenis van de Geest gaan onze 'harten branden' bij het lezen (Lukas 24:32, Handelingen 16:14 en 1 Korintiërs 2:14). Dit spreken van God is onfeilbaar en doet een appel op je. Het vraagt om geloof én brengt tot geloof. Dat kan je als lezer alleen maar zelf ondervinden en overkomen.

Slot
Dit is een 'vroom' antwoord. Maar juist dit 'vrome' antwoord geeft ons mensen alle ruimte. Bestudeer, ploeter, bekritiseer! Wie - op grond van goede argumenten(!) - niet gelooft, dat Jona een historisch verhaal is, heeft daar alle recht toe. Schuif angst terzijde. Spreek niet voor God. Maar laat God zelf het woord doen.

Ilonka Terlouw

In: Ouderlingenblad, Themanummer: Geloofsvragen - Hete hangijzers, juni 2010, nummer 1010 Uitgeverij: Kok Kampen