Vrouwen in de gemeente van Christus

klik hier voor de volledige versie met voetnoten en tekstverwijzingen

Pinksteren
Mannen en vrouwen wachten en bidden  na Christus' hemelvaart tot God Zijn Geest uitstort; Joel had er met zoveel verlangen naar uitgezien: Gods Geest voor mannen en vrouwen . Deze Geest-vervulde mannen en vrouwen vormen vanaf dan samen het lichaam van Christus; een door de ene Geest die zij allen ontvangen hebben; zonder onderscheid tussen vrije of dienstknecht, man of vrouw . Het is een lichaam met een gezaghebbend hoofd: Christus . Wel zijn wij allemaal verschillende lichaamsdelen, daartoe toegerust door de Geest met verschillende gaven , die de Geest toedeelt aan 'wie Hij wil'  - niets suggereert dat dit afhankelijk is van het man of vrouw zijn. Zo wordt elk lid ingeschakeld om de ander te dienen, tot opbouw van de gemeente . Is het mogelijk dat man en vrouw in de gemeente geroepen zijn om elkaar te dienen, maar dat mannen de gemeente mogen dienen op wijzen die vrouwen niet zijn toegestaan? Vanuit bovenstaande visie op de gemeente van Christus wijst niets daarop. Ook de praktijk leert dat zowel mannen als vrouwen zich door de Geest geroepen weten tot het verrichten van alle taken die de schrift noemt.

Oude Testament
In het Oude Testament verleent God vrouwen geestelijk en godsdienstig gezag en spreken zij in het openbaar namens God. Mirjam was naast Mozes en Aaron door God aangesteld als leidster om Israel uit Egypte te leiden . Als profetes bekleedde ze eenzelfde positie als Mozes en Aaron . Met geestelijk gezag spreekt ze tot de hele vergadering Israelieten en gaat hen voor in aanbidding . Debora richtte het volk Israel en had dus institutioneel godsdienstig gezag over een hele natie. Josia raadpleegt via een delegatie hooggeplaatste mannen (o.a. de priester Hilkia en Safan de schrijver) God via de profetes Hulda . En dat terwijl er genoeg mannelijke profeten 'voorhanden' waren: Jeremia en Sefanja! Esther vaardigde een godsdienstig besluit uit waarmee zij een godsdienstig feest instelde . Vergeet ook niet dat vele bijbelgedeelten afkomstig zijn van vrouwen (Debora's lied, Hanna's gebed, Elisabeths profetie ) en nu gezaghebbend zijn voor zowel man als vrouw !

Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament is het beeld niet veel anders. Vrouwen zijn actief betrokken in de openbare Evangelieverkondiging en drage volle medeverantwoording. De profetes Anna spreekt tot allen over God, de Samaritaanse vrouw verkondigt een hele stad het evangelie en Jezus laat Zijn opstanding het eerst door vrouwen verkondigen. Rondom 'eerstbekeerden' van een plaats, zoals Damaris in Athene en Lydia in Philippi, groepeerden zich vaak de gemeente. Waarschijnlijk hadden deze eerstebekeerden ook de leiding van de samenkomsten, waar de titel van Phoebe 'patrones' ook op wijst . In ieder geval namen zij een erepositie in en was men hen onderschikking verschuldigd . De dochters van Filippus waren profetessen en Priscilla wordt Paulus' medearbeidster genoemd (het woord dat Paulus gebruikt voor collega's in de Evangelieverkondiging). Als 'lerares' zet zij Apollos 'de weg Gods nauwkeuriger uiteen'. Maria 'heeft zich veel moeite gegeven', een woord dat ook voor mannen wordt gebruikt en specifiek duidt op het gehele zendings- en gemeentewerk en Euodia heeft samen met Paulus in de prediking van het evangelie gestreden .

Beperkingen voor vrouwen?
Toch zijn sommige gemeenten van mening dat er voor vrouwen beperkingen gelden ten aanzien van het verkondigen van Gods waarheid. Waar de grens ligt (en waarom daar) is vaak niet geheel duidelijk en verschilt per gemeente. Op grond van 1 Kor. 14 en 1 Tim. 2 wordt geleerd dat vrouwen 'in de gemeente moeten zwijgen' en 'geen gezag over mannen' mogen hebben. In onze gemeente komt dit tot uiting in het ambt dat gesloten is voor vrouwen, hoewel de teksten zelf niet over het 'ambt' spreken. Op grond waarvan mag een vrouw dan wel in allerlei andere situaties spreken of gezag uitoefenen? Vanuit de overtuiging dat de Bijbel zichzelf niet tegenspreekt en in Oude Testament en Nieuwe Testament vele vrouwen wel gezaghebbende posities bekleden en spreken in de gemeente, wil ik deze teksten graag nader bekijken.

1 Kor. 14:34-35 Dat uw vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is hun niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. 35 En zo zij iets willen leren, laat ze thuis hun eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken.
Wat bedoelt Paulus met 'zwijgen'? In hoofdstuk 11 heeft Paulus het expliciet over 'iedere vrouw die bidt of profeteert'. Paulus kan dus geen absoluut zwijggebod hebben bedoeld. Zou Paulus dan met 'zwijgen' bedoelen dat vrouwen geen onderricht mogen geven? Maar als zij profeteren leren zij de gemeente ook en hebben zij toch ook gezag over mannen ? Daarbij gaat het in vers 35 juist om vrouwen die iets willen leren. Dan moet het in vers 34-35 gaan om vrouwen die vragen stellen over Gods Woord. Het valt ook op dat het geen algemeen verbod betreft: het gaat om getrouwde (!) vrouwen. Vrouwen moeten thuis hun man opheldering vragen. Wat verboden wordt, is dat vrouwen (op opstandige wijze) vragen stellen over de profetieen van hun mannen.

1 Tim. 2:11-13 Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. 12  Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst, maar wil, dat zij in stilheid is. 13 Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.
Het is de vraag of het voorschrift 'vrouwen' of 'echtgenotes' betreft. Vanuit het Grieks zijn beide vertalingen mogelijk. Daarbij lettend op de zeer adequate vertaling van de Statenvertaling (het gaat om 'overheersing' en niet om 'gezag uit oefenen'), gaat het in deze tekst over de onrechtmatige dominantie van een vrouw over haar man binnen het huwelijk. Dat alles sluit goed aan bij de verwijzing naar Adam en Eva. Er wordt verwezen naar Genesis 2, waar het huwelijk wordt ingesteld. In dat huwelijk laat hij zich domineren door zjjn vrouw, hetgeen fatale gevolgen heeft. Dat voorbeeld wordt hier ter waarschuwing aangehaald.

Scheppingsorde
Met dit laatste komen we tot het belangrijke punt van de scheppingsorde. Leert de scheppingsorde niet dat de man als hoofd boven de vrouw staat? De scheppingsorde leert dit in ieder geval niet: God schept de mens, man en vrouw, naar zijn beeld (Gen 1:28). Binnen de schepping (Gen 1) wijst niets erop dat het mannelijk geslacht hoofd is van het vrouwelijk geslacht. In Genesis 2 is er wel onderscheid tussen man en vrouw, maar dit betreft de huwelijksrelatie. Omdat Eva uit Adam is geschapen zijn zij vanaf het begin een vlees, een echtpaar. Binnen deze eenheid vormt de man het hoofd, zo leert Paulus vervolgens. In het huwelijk moeten vrouwen hun man onderdanig zijn, in de gemeente moet eenieder elkaar onderdanig zijn. Alleen Christus is het hoofd van zijn lichaam, dat zowel mannen als vrouwen omvat.

Ilonka Terlouw, Kernkatern Hervormde Gemeente Huizen, 16 juni 2006