Numeri 11 - deel 1

9 januari 2008
GROEI Meentkerk Huizen
powerpoint presentatie


1. Intro

2. Historisch vs Literair Bijbellezen
Historisch = wat is de geschiedenis achter de tekst
Literair = wat staat er in de tekst

3. Historisch Bijbellezen
Je stelt historische vragen aan de tekst. Een aantal voorbeelden:

- m.b.t. de tekst: Wie heeft de tekst geschreven en wanneer? 
- m.b.t. het verhaal in de tekst: heeft Mozes echt bestaan? Zijn er misschien bronnen in de archeologie van Egypte die het bestaan van Mozes / volk bevestigen? 
- zie slide 1! Waar lag de Sinaï, in welke woestijn trokken ze rond, hoe warm was het daar?

Historische vragen stellen aan Numeri 11: 
- Wie zijn 'het vermengde volk' (v.4)? vgl. Ex. 12:38 
- Wat vertellen de genoemde vruchten over Egypte (v.5)?    
- Hoe zag het 'manna' eruit en hoe smaakte het (v.7)? vgl Ex. 16:31 
- Hoe groot was het volk (v.21)? 
- 'profeteren' (v.25). Begin / geschiedenis van de profetie in Israël? 
- Zou alle vee en runderen genoeg zijn (v.22)? 
- Kwakkels van de zee (v.31). Welke zee?

Historische vergelijking met Exodus 16: 
- Daar krijgt het volk ook kwakkels! Hoe kan het dat Mozes in Numeri 11 dan verbaasd is nu God vlees voor het hele volk beloofd? Als God het volk toen al kwakkels gaf, dan had Mozes dat nu toch ook kunnen verwachten?
 
4. Literair Bijbellezen
Uitgangspunten:
Bijbel is geen geschiedenis boek
Bijbel is geen aardrijkskunde boek  
Bijbel = 'literatuur'
  ↓
Verhalen hebben 'iets te zeggen' 
Teksten hebben een boodschap
  ↓
Bijbel = woord van God met boodschap

N.B. Historisch lezen is geen onzin, want:
- Bijbel = ook wáár gebeurd
- Zonder dat je weet wat woorden beteken, kan je de tekst ook niet begrijpen

Aanpak literair Bijbellezen: 
- Wat valt er op aan de tekst zelf?
- Hoe zit het verhaal in elkaar?
- Welke logica zit er in het verhaal?

Het leuke aan literair Bijbellezen:
1. Dit kan iedereen die de Bijbel leest zelf doen, op zijn eigen niveau!
2. Je hebt niet allerlei informatie over de tekst nodig, maar alleen de tekst zelf!
3. Dit leert je veel over wat de Bijbel te zeggen heeft
4. Geeft je kennis van de Bijbel

5. Analyse Numeri 11 (Literaire benadering)
De analyse omvat 4 stappen:

Vraagstelling   
Tekstanalyse
Vergelijkende analyse
Conclusie

6. Vraagstelling
Je gaat Numeri 11 door en vraagt jezelf kritisch af: snap ik alles?

Wat valt op?
- vers 14: 'Dood mij toch slechts' → nogal extreem! wanhoop!
- vers 11-15: 'Waarom, waarom' → woede die tot wanhoop wordt.

Waarom valt dat op?
- Het is nogal extreem: een 'doodswens'. Er is dan ook geen enkel parallel in Mozes' leven.
- Waar komt die woede vandaan? Er moet wel iets héél ernstigs zijn gebeurd!

Wat zegt dit over Mozes en het volk:
- Wat is er dan gebeurd? Volk heeft geklaagd tot Mozes: 'Geef ons vlees'.
- Volk is ook wel heel zware last, dat begrijpen we...maar: volk klaagt heeft al zo vaak geklaagd. Toen werd Mozes ook niet zo boos, laat staan wanhopig!

Wat zegt dit over Mozes en God: 
- Temeer: God heeft toch altijd geholpen? Waarom vertrouwt Mozes nu niet op God?
- Waarom bidt Mozes niet om hulp? Dat deed hij in alle voorgaande situaties wel!
- Sterker nog: Mozes vertrouwt niet alleen niet op God, hij is zelfs boos op God!
- Hoezo is Mozes boos op Gód? Wat heeft God dan fout gedaan?
- Het zijn nogal heftige beschuldigingen die Mozes uit: Dat God hem kwaad doet.
- Dat is moeilijk te rijmen met hun vriendschap. Mozes lijkt eerder een vijand dan een vriend van God.
- Sinaï ligt net achter hem, daar sprak hij met God van aangezicht tot aangezicht. Het hoogtepunt van zijn geestelijk leven en dan nu dit: alle kracht ontbreekt hem.
- Wat is het probleem?

Door de tekst zo te bevragen wordt alles onduidelijk.
Eerst dacht je: logisch verhaal, nu wordt alles een probleem.

Woede van Mozes
Inmiddels is het helemaal niet meer duidelijk waarom Mozes zo boos is:

Het volk klaagt tot Mozes, maar Mozes lijkt vooral boos op God!
Dan kun je je al afvragen: Mag je wel zo boos zijn op God?
Mag je wel vragen: 'dood me liever'? Is dat niet heel egoïstisch? Had God Mozes niet de taak gegeven voor het volk te zorgen? Mozes staat in het Oude Testament te boek als de grootste volksleider ooit, de grootste Man Gods: Nou, wat een goede leider ben je zeg: als het volk klaagt, dat je het bijltje erbij neergooit! En echt vertrouwen heeft ie ook niet in de God die hij dient, anders had hij wel om hulp gevraagd!

Het is niet alleen de vraag of je wel boos mag zijn op God. Maar in dit geval is het ook de vraag of het wel logisch is. Waarom is Mozes boos op God? Had God dan iets fout gedaan? Hoe komt Mozes erbij dat hij geen genade in Gods ogen heeft gevonden?!
Gods toorn
Tja, wat doet God eigenlijk in dit verhaal? We lezen in vers 10 dat Gods toorn ontbrandt tegen het volk. Maar er staat helemaal niet wat die toorn precies inhoudt. En waarom ontbrandt die toorn? Omdat het volk klaagt...Ja, maar dat deden ze in Exodus 16 ook en toen zei God: ok, hier is vlees en manna. En daarbij: Mozes klaagt ook, en dan ontbrandt Gods toorn toch ook niet?

Kwakkels
Wat doet God verder nog in dit verhaal? Om het volk te straffen geeft hij kwakkels. Dat is ook al zo'n vreemd iets. Want God geeft het volk dus wel het vlees waar ze om vroegen, maar nog voor ze het kunnen eten, ontbrandt Gods toorn opnieuw. Ze sterven voor de kwakkels kunnen eten. Wat is dan nog het nut van de kwakkels geweest? Waarom onbrandt Gods toorn sowieso voor de 2e keer? God kan het het volk toch moeilijk kwalijk nemen dat ze de kwakkels eten die hij ze zelf heeft gegeten?

Dit alles maakt me eigenlijk ook boos op Mozes: waarom doet Mozes niets? Dan denk ik terug aan het gouden kalf dat het volk maakte en Gods toorn ook ontbrandde. Toen deed Mozes voorbede voor het volk. Waarom nu niet? Ik vind Mozes eigenlijk helemaal zo'n goede volksleider niet meer!

Oudsten
Goed, God geeft het volk dus kwakkels. Maar wat doet God met Mozes? God doodt Mozes niet, dat mag duidelijk zijn. Wat doet God wel? Hij geeft 70 oudsten. Dat lijkt een mooi antwoord, precies dat waar Mozes om gevraagd had: Nu hoeft Mozes het niet meer alleen te doen. Aan de andere kant: wat heeft Mozes nou aan 70 oudsten als hij een volk van 3 miljoen mensen te eten moet geven? En God gaat toch zelf voor kwakkels zorgen, dan zijn die 70 oudsten toch heel niet nodig? Het verband tussen beiden verhalen is eigenlijk heel niet duidelijk.

En het wordt alleen maar onduidelijker als Eldad en Medad ten tonele verschijnen. Wat hebben die er nou weer mee te maken? En het lijkt wel of God een spelletje met Mozes speelt: Eerst profeteren die oudsten, maar dat is daarna ook weer voorbij. Nou dat is hulp waar je wat aan hebt! Heeft God Mozes wel echt geholpen? Is het niet eerder een straf, dat de zegen van Gods geest die op Mozes rust verminderd wordt? Er staat toch duidelijk dat God van de Geest zal wegnemen. Wordt Mozes dan misschien toch gestraft omdat hij niet op God vertrouwde....?

Let op: Vaak zijn Bijbelverhalen helemaal zo logisch niet. Wij zijn echter gewend aan de logica van de Bijbelverhalen. Als je soms een niet-christen het verhaal laat lezen zegt ie: hoe kan dat nou? Waarom doet God zus of zo? Etc.

De problematisering van een tekst maakt essentieel onderdeel uit van de analyse van de tekst. Het helpt de tekst heel nauwkeurig te lezen.

Op het moment dat je denkt: 'nu snap ik er niets meer van', zit je op de goede weg 
 
Wat is de kernvraag?
Wat is de functie van het gebed van Mozes in het verhaal van Num. 11:4-34?
1) wat is de aanleiding tot Mozes' gebed
2) wat is de aard van Mozes' gebed
3) wat is het gevolg van Mozes' gebed

7. Tekstanalyse
Analyseer de volgende 4 aspecten van de tekst:

1. grammatica - soorten werkwoordsvormen en zintypen?
2. personen - personen en hun functie: wíe zegt wát?
3. woorden - verbanden tussen woorden
4. verhaal - tijd, ruimte, volgorde

8. Tekstanalyse Vers 4
Stappenplan analyse vers 4

1) zinnen opbreken in stukjes
2) zinsdelen onder elkaar

m.b.t. grammatica
3) tekstsoort: verhalend / directe rede
4) werkwoorden/zintype:
hoofdzin = Israelieten zaten neer en weenden luid.
bijzin = Verzamelde volk hunkerde
vraagzin = Onbepaalde vraag, wens aan niemand gericht
Uitleg: In het Hebreeuws bestaat er een speciale werkwoordsvorm voor verhalen. Die heet ook de 'verhalende werkwoordsvorm'. De verhalende werkwoordsvorm is in het Nederlands vaak de verleden tijd. Je krijgt dan: En toen ging..vervolgens deed...en toen maakte..en toen liep hij naar buiten.. etc. Als je in de hele tekst gaat kijken waar deze verhalende werkwoordsvorm staat, dan kan je dus precies zien wat de kern van het verhaal is. De rest is bijzaak: achtergrond informatie, extra uitleg, oorzaken, flashback etc. Dat is wel belangrijke informatie, anders kun je het verhaal natuurlijk niet begrijpen. Maar het verhaal zelf vindt geen voortgang in die andere zinnen. In vers 4 bevat vers 4c pas zo'n verhalende werkwoordsvorm. Een goede vertaling betekent dat dit de hoofdzin wordt, zoals op het voorbeeld op de beamer gedaan is.
Personen
5) hoofdpersoon: Israëlieten / bijpersonen: verzamelde volk
maar: verzamelde volk is wél het allereerste woord van het verhaal. Dat maakt dat ze dus wel helemaal op de voorgrond komen te staan.
Als een naam expliciet wordt genoemd in de tekst, dan krijgt dat nadruk.
Als de naam aan het begin van een zin staat, krijgt dat nog meer nadruk.
Als er alleen maar terugverwezen wordt naar 'hij' of 'zij' dan heeft die persoon in die zin veel minder nadruk. Aan het begin van een verhaal zijn alle personen nieuw en zullen ze dus meestal ook bij naam genoemd worden. 
6) hoofdlijn van het verhaal: wenen van de Israëlieten
7) ontbreken van God: onbepaalde vraag, geen gebed tot God, ook geen verzoek aan Mozes (vgl. v. 13 van Mozes' gebed! Mozes zegt dat het volk tot hem klaagt)

Woorden
8) verzamelde volk → vergelijking met Ex. 12
9) in hun midden → NBV 'dat met hen meetrok'. 'In het midden' = God! v.20!
10) hunkeren

Verhaal
11) Plaats: kamp

9. Tekstanalyse Scene 1
Scene 1
1) opgedeeld in zinsdelen

grammatica
2) directe rede / indirecte rede onderscheiden
3) hoofdzinnen van bijzinnen onderscheiden.
Verhalende zinnen zijn alleen deel van vers 4 en vers 10. Maar: vers 10 grijpt terug op vers 4c, dus is die minder belangrijk. Vers 4a-c vormde een bijzin.
Het hele middenstuk is niet verhalend van karakter, maar beschrijvend. Dat kan je zien aan de Hebreeuwse werkwoordvormen, maar denk niet dat je niet zonder het hebreeuws kan: want ook in het Nederlands is het duidelijk dat dit een beschrijving is van het manna.

personen
4) personen: naast Israëlieten en verzamelde volk, dus ook nog Mozes. God blijft in de hele scene de grote afwezige!

woorden
5) er wordt heeeeeeel sterk gespeeld met woorden in deze scene. Kijkt u maar mee:
- ze klagen om vlees → ze denken terug aan Egypte, maar daar aten ze alles behalve vlees!
- Konden ze dat alles in Egypte 'gratis' eten? Ze betaalden er duur voor met hun slavenarbeid!
- Hun keel is droog. Wat nou droog, met juist al die sappige etenswaar?
- Hebben ze niet? En het manna dan...
- Eten in Egypte was niet gratis, het manna juist wel!
- Het manna is allerminst droog voedsel!
Woordspel: droogte / gratis

verhaal
6) plaats: kamp. De laatste zin sluit goed aan bij vers 4. Daarom vormt dit een afgesloten scene. Vanaf vers 10b speelt het verhaal zich af in de ontmoetingstent tussen God en Mozes. Dat zijn dus andere personen, een andere plaats, dus een nieuwe scene.

Samenvatting scene 1
Het beeld dat gevormd wordt is dat van een groot kampement van Israëlieten. Onder de Israëlieten bevinden zich andere mensen die zich samenscharen en beginnen te morren. De Israëlieten laten zich meeslepen door dit groepje mensen die hen aansteken met hun geklaag. De Israëlieten zitten bij de pakken neer en beginnen ook te janken. Mozes die zo door het kamp loopt die vangt dat gejammer op, maar het volk klaagt duidelijk niet specifiek tot hem. Zo komen niet naar hem toe met hun klacht, zoals in andere verhalen wel het geval is.

Zie slide voor overzicht scene 1

10. Korte tekstanalyse slotscene
Slotscene bekijken we kort, omdat het mooi vergelijkingsmateriaal biedt met de openingsscene.

Grammatica
1) De verhalende zinnen zijn 32 en 33. Dit sluit perfect aan op de opening van het verhaal! Volk dat in scene 1 nog neerzit en weent, staat nu op
2) Volk klaagt: God straft. God was in scene 1 afwezig, nu allerminst afwezig. Maar de wijze waarop Hij aanwezig is, is niet zo mooi: met zijn toorn.

Personen
3) Personen: Israel en God. Geen bijpersonen
Wat is er gebeurd met de bijpersonen van scene 1?
Waar is dat verzamelde volk waar het verhaal mee begon? Die zijn er niet meer! Het eerste en laatste vers sluiten perfect op elkaar aan. Degenen die hunkerden, zijn degenen die sterven.

Woordspel:
Scene 1 het verzamelde volk hunkerde,
Scene 2 het volk dat hunkerde verzamelde
Gods toorn wordt iets bijzonders. Geen willekeurige toorn die het hele volk vernietigd. Gods toorn pakt de kern van het probleem aan:
Het probleem was niet dat ze geen eten hadden, het probleem was dat groepje vreemdelingen... Eigenlijk moet het volk God dankbaar zijn voor zijn toorn...
Zo krijgt het einde van het verhaal wel een heel andere gevoelswaarde!

Maar: Niet alleen dat groepje vreemdelingen was het probleem. De Israëlieten gaven er ook gehoor aan, dus die waren net zo schuldig. Zo krijgen de kwakkels een functie: Manna viel in het kamp / kwakkels in de woestijn (zie Ex. 16 voor bewijsvoering relevantie) = plaats van het kwaad. Belangrijker nog: scene 1 beweging naar binnen, scene 2 beweging naar buiten. Aandacht van de Israëlieten wordt afgeleid van dat groepje oproerkraaiers. Op het moment dat dat gebeurt neemt God hen uit hun midden weg.
Klacht 'keel is droog' zonder vlees / ze krijgen 'droog vlees' te eten!

Les: pas maar op wat je zegt en waar je over klaagt... God geeft ze precies dat waar ze om vroegen. The punishment fits the crime! God leert het volk een lesje. De kwakkels hebben dus weldegelijk nut...

Woorden 
4) Zie hierboven: neerzitten / opstaan
5) Zie hierboven: verzamelen / hunkeren

Verhaal
6) Plek: kamp, maar kwakkels buiten het kamp

Let op: Bijzinnen geven wel veel informatie: de toorn van jhwh was ontbrandt... wanneer dan? Met wat? Nou in vers 10! Dat roept ons op om ook scene 2 te bekijken. Daar speelt ook Mozes een rol. Zie slide voor overzicht vergelijking Scene 1 en slotscene

11. Terug naar de kernvraag
De kern van het verhaal is duidelijk:
Verhaal van het klagend volk en Gods toorn daarover.

Gods toorn onderwijst ons:
Volk zit neer en klaagt over droogte zonder vlees.
Volk staat op en krijgt droogte door vlees
Zo gaan ze zien hoe goed het manna is, en wat werkelijke droogte is.

Gods toorn lost de kern van het probleem op:
Klagende verzamelde volk + gerichtheid van de Israëlieten
Het verzamelde volk zette het volk aan tot klagen.
Het verzamelde volk komt door een plaag om het leven

Maar staan blijft:
Waar is Mozes gebleven? Openingsscene wel, slotscene niet.
Scene 1 had het ook over Mozes → Mozes komt in de slotscene niet meer voor.

De rol van Mozes in dit hele gebeuren blijft nog open.
Wat heeft Mozes' gebed nog aan dit gebeuren toe te voegen?
Welke rol heeft dat gebed?
Gods toorn slaat aan het einde alsnog toe, dus erg effectief lijkt het in ieder geval niet...

  • Agenda

    eerstvolgende preekbeurten 2015:

    5 april
    Apeldoorn De Fontein

    12 april
    Boskoop De Stek

    19 april
    Baambrugge

    26 april
    Goede Herderkerk Huizen

    3 mei
    Ter Aar

    10 mei
    Vuren

    17 mei
    Bevestigingsdienst Tollebeek

    24 mei (Pinksteren)
    Intrededienst Tollebeek

    31 mei
    Nieuw Vennep

    7 mei
    Tollebeek
    Bevestiging Ambtsdragers

    14 mei
    Tollebeek
    Heilige Avondmaal

    Meer agenda