Numeri 11 - deel 2

23 januari 2008
GROEI Meentkerk Huizen
Studie Numeri 11 (deel 2)
powerpoint presentatie


1. Intro / Terugblik deel 1:
Goede tekststudie bestaat uit 4 stappen

1. goede vraagstelling
2. tekst analyse  
3. vergelijkende analyse 
4. conclusie

Vorige keer:
1. We hebben Numeri 11 uitvoerig bevraagt
2. Het begin en slot van Numeri 11 heel precies en nauwkeurig gelezen

Vanavond:
Middendeel
Het accent zal niet liggen op de tekstanalyse, maar op stap 3, de vergelijkende analyse. Ik zal proberen te laten zien hoe waardevol het is als je ook naar de context van de Bijbeltekst kijkt.

Terugblik scene 1 en 4
Wat hebben we gedaan vorige keer?
- Openingsscene + slotscene bekeken (1. Grammatica / 2. Personen /3. Woorden / 4. Verhaal)
- Hoofdlijn van het verhaal onderscheiden van de rest van tekst
- Contrast tussen opening en slot

Hoofdlijn verhaal
Opening     
- Volk zit neer en weent 
Slot
- Volk staat op en verzamelt kwakkels
- JHWH slaat het volk met een plaag  

Contrast tussen opening en slot
Kamp (opening) - woestijn (slot)
Verzamelde volk hunkerde - hunkerende volk verzamelt
Volk & manna - volk & kwakkels
Droge keel zonder vlees - droge keel door vlees
        
Toelichting hoofdlijn
We hebben vorige keer ook gezien hoe de tekst zichzelf toelicht:

Volk zit neer en weent  
Uitleg die het verhaal zelf geeft:
Verzamelde volk in hun midden hunkert en steekt hen aan
Volk staat op en verzamelt kwakkels 
Waar komen de kwakkels vandaan?
Wind van JHWH heeft voor kwakkels gezorgd
JHWH slaat het volk met een plaag     
Oorzaak? → Toorn van JHWH was ontbrand
Gevolg? → Die hunkerenden stierven.
Betekenis plaag: God straft de schuldigen.

2. Gods Toorn (vers 10b)
Er staat hier een zin in de verleden tijd: Gods toorn was ontbrand. Een terugblik dus naar een gebeurtenis eerder in het verhaal. Een gebeurtenis die wij nog niet hebben bekeken, maar die inderdaad wel in het verhaal beschreven wordt. Dat is dé centrale gebeurtenis van het middengedeelte.

Deze 4 gebeurtenissen vormen de kern van het verhaal:
1. Volk zit neer en weent 
2. Toorn van JHWH ontbrandt  
3. Volk staat op en verzamelt kwakkels  
4. JHWH slaat het volk met een plaag

Logica achter de gebeurtenissen
Als we dan kijken hoe deze gebeurtenissen met elkaar in verband staan, dan lijkt dat voor de hand te liggen:

Oorzaak: 1. Volk zit neer en weent 
  ↓
Gevolg: 2. Toorn van JHWH ontbrandt  
toorn van JHWH brengt kwakkels:
   - 3. Volk staat op en verzamelt kwakkels   
vanwege de toorn van JHWH
   - 4. JHWH slaat het volk met een plaag  
  
Ik zeg al 'lijkt', want zoals u inmiddels van mij mag verwachten, zo logisch is dat eigenlijk niet.

Als Gods toorn ontbrandt...Waarom krijgt het volk dan kwakkels? Dat is toch helemaal geen logisch gevolg? God zou het volk juist moeten straffen, zoals in 4. Maar nr. 3 is dus een onlogische gebeurtenis die volgt op het uitbreken van Gods toorn.

Laten we nog maar een stap terug gaan: Het uitbreken van Gods toorn zelf is niet eens logisch te noemen!

3. Woestijnreis
Stel je begint gewoon te lezen in Exodus, net na de uittocht, bij het begin van de woestijnreis. Ik zal u meenemen de woestijn door. Dan lezen we in Exodus 12 en 13 van de uittocht, de Exodus.

Exodus

Volk trekt op vanaf Exodus 12
- 600.000 man
- veel vee en runderen
- vreemdelingen trekken mee

3 dagen woestijn in (Ex. 15:22)

- volk murmureert bij Mara (Ex. 15)
God helpt
- volk murmureert in de woestijn Sin (Ex. 16)
God helpt
- volk murmureert bij Rafidim (Ex. 17)
God helpt

Sinai

Volk trekt op vanaf Numeri 10
- 600.000 man
- veel vee en runderen
- vreemdelingen trekken mee

3 dagen de woestijn in (Num. 10:33)

- volk murmureert bij Thabeëra (Num. 11)
Gods toorn ontbrandt
- volk mumureert bij Kivrot-Hataava (Num. 11)
Gods toorn ontbrandt
- volk murmureert in de woestijn Paran (Num. 14)
Gods toorn ontbrandt

Idem in Num. 16 (2x!), Num. 21, Num 25 
14.700 doden in Num. 16
24.000 doden in Num. 25

Wat een verschil!
Waarom?

4. De Sinaï
Twee exact dezelfde situaties. Exact? Er is één verschil: De eerste keer trokken ze op vanuit Egypte, nu trekken ze op vanaf de Sinaï. Dus daar moeten we zoeken naar de oorzaak. Gods toorn ontbrandt pas aldoor ná de Sinaï. Wat gebeurt er bij de Sinaï? Wat is er gebeurt bij de Sinaï dat kan verklaren dat Gods toorn aldoor ontbrandt in Numeri?

De meeste mensen denken bij de Sinaï aan de 10 geboden. Dat is waar, maar dat is maar de helft van het verhaal. Er zijn 21 hoofdstukken die beschrijven dat het volk bij de Sinaï kampeert, slechts 4 daarvan gaan over de geboden. Niet minder dan 14 hoofdstukken gaan echter over de tabernakel!

De Tabernakel
Een kerntekst over de tabernakel vormt Exodus 29:46
Dáár, bij de tabernakel, zal ik de Israëlieten ontmoeten en die plaats zal door mijn aanwezigheid worden geheiligd. 44 Ik zal de ontmoetingstent en het altaar heiligen, evenals Aäron en zijn zonen, zodat ze mij als priester kunnen dienen. 45 Ik zal in het midden van de Israëlieten wonen, en ik zal hun Gód zijn. 46 En zij zullen inzien dat ik, de HEER, hun God ben, die hen uit Egypte bevrijd heeft zodat ik in hun midden zou wonen. Ik ben de HEER, hun God.

De tabernakel is het teken van Gods aanwezigheid.
God die woont in het midden van het volk.

God woont pas vanaf de Sinaï onder het volk.
Dat is een enorm voorrecht
Maar ook een enorm risico

Voorrecht
Als God in je midden woont, is dat zo'n grote zegen dat je nooit meer aan iets gebrek hebt. Dat verschil zien we dan ook gelijk voor en na de Sinai. Voor de Sinai heeft het volk daadwerkelijk problemen: er is geen water, ze hebben niet te eten. Na de Sinai blijkt dit nooit meer het geval te zijn. Gods is immers bij hen en God zorgt dus voortdurend voor hen. Met God in hun midden zijn ze ook eindelijk op weg naar het beloofde land! 

Een risico
Tegelijk zien we dat de Israëlieten in beide gevallen murmureren. Dat is in beide gevallen natuurlijk niet te verantwoorden. Je zou kunnen zeggen dat ze er voor de Sinaï iets meer recht toe hadden, omdat ze ook in nood waren. Tegelijk moet je niet vergeten: God had ze zojuist bevrijd uit Egypte! Zou hij ze dan ook niet water en eten kunnen geven? Het volk 'murmureert'. Ze hadden God gewoon om hulp moeten vragen. Nu zij dat niet doen, doet Mozes dat maar voor hen. En God helpt. God neemt het volk als het ware als een klein kind aan de hand en leert ze stapje voor stapje dat ze echt wel op hem kunnen vertrouwen.

Na de Sinaï is God in het midden van het volk, maar is het volk niets meer op God gaan vertrouwen. En dan zie je wat een risico het is als God in je midden is. Als het volk zo onheilig is, vernietigd Gods heiligheid hen direct. Zijn toorn ontbrandt. En dan zie je, dat Mozes een andere functie krijgt in deze verhalen. Hij moet nu voorbede gaan doen.

In het midden van
Deze structuur herkennen we ook in Numeri 11. Het ligt er zelfs wel heel dik bovenop. De centrale zin rondom de oprichting van de tabernakel is 'God in hun midden'. Maar waar begint het verhaal van Numeri 11 mee? Het verzamelde volk was in hun midden!

God ís net in hun midden komen wonen, maar zij hebben er geen oog voor. Ze zien alleen een groepje heidenen dat in hun midden is.

Gods woorden van vers 20 zijn logisch: Hierdoor voelt God zich verworpen. God is verworpen, en dus ontbrandt zijn toorn. Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk.

5. Mozes' toorn (vers 10c)
Gods toorn ontbrandt in vers 10. Laten we even verder lezen. Ik heb 2 vertalingen voor u naast elkaar gezet: de SVV en de NBV

Statenvertaling
Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur van zijn hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
~ Hier lijkt het alsof Mozes kwaad is op het volk ~

Nieuwe Bijbelvertaling
Mozes hoorde hoe alle families bij de ingang van hun tent zaten te klagen.
Toen de HEER in hevige woede ontstak, maakte Mozes zich kwaad.
~ Hier lijkt het alsof Mozes kwaad is op God ~

U kunt op de handout lezen hoe ik het heb vertaald. Ik ga voor optie 2.

Kijk, het is natuurlijk lastig vers 10c goed te vertalen, want er staat alleen 'het' was kwaad in Mozes' ogen, dus weten we niet gelijk waar Mozes kwaad over is. En het Hebreeuws kent maar 1 woord dat zowel 'en' als 'maar' kan betekenen. Toch is in het Hebreeuws duidelijk dat Mozes boos is op God en dat je met 'maar' moet vertalen, zoals dus ook de NBV doet.

U kent geen Hebreeuws, dus daar zal ik verder niet op in gaan. Maar je ziet altijd dat de Bijbel duidelijk genoeg is, dat je ook zonder Hebreeuws de Bijbel kan begrijpen:

Als je naar vers 10 en 11 samen kijkt is overduidelijk dat Mozes kwaad is op God: Mozes gaat namelijk met God in gesprek en zegt letterlijk dat Gód het fout doet. Mozes is dus overduidelijk niet boos op het volk, maar op God.

JHWHs toorn ontbrandt
→ maar in Mozes' ogen is dát kwaad
     → Daarom spreekt Mozes tot JHWH 
          → 'waarom doet u mij kwaad?'

Maar nog steeds is de vraag:
Wat doet God dan fout?
We hadden zojuist gezien dat het toch heel terecht was dat Gods toorn ontbrandde?

6. Mozes' gebed (11-15)
Lees maar mee op de beamer, of op de handout:

11a Daarom sprak Mozes tot JHWH:
11b 'Waarom doet u uw knecht kwaad? 
11c Waarom vind ik geen genade in uw ogen,
11d dat u de last van al dit volk op mij legt?
Wat doet God? Hij legt de last van al het volk op Mozes!
Is dat dan anders dan eerst? Mozes is toch al volksleider sinds Egypte?
We lezen even verder
12a Ben ík zwanger geweest van al dit volk?
12b Of heb ík het soms gebaard,
Nee tuurlijk niet, God is de moeder van het volk. Het is Gods volk.
12c dat u mij zegt:
12d 'Draag het aan je boezem,
12e zoals een verpleger een zuigeling draagt
12f naar het land'
He, wanneer heeft God tot Mozes deze woorden gezegd? Dat lezen we nergens in Numeri 11 en ook nergens anders in Exodus of Numeri.
De woorden sluiten wel aan bij vers 11, dat God de last van het volk op Mozes legt. Mozes krijgt de opdracht voor het volk te zorgen. Zou Gods toorn dan inhouden dat God zegt: Mozes zorg jij maar voor het volk? Maar dat is inderdaad niet eerlijk. Vers 12g 
12g - dat ú aan hun vaderen gezworen hebt?
Het volk is Gods volk, dus moet God voor het volk zorgen
13a Waar vind ik vlees
13b om al dit volk te geven?  
Mozes kan ook helemaal niet voor het volk zorgen.
13c Want ze wenen tot mij
13d en zeggen:
13e 'Geef ons vlees,
13f zodat wij het kunnen eten.'
14a Ik alleen kan niet
14b al dit volk dragen,
14c want dat is te zwaar voor mij.
Ik alleen... Dat is wat Mozes tegen Gód zegt: En hij bedoelt: ik kan het niet alleen. U moet mij helpen.
15a Indien ú werkelijk zo wilt handelen ten aanzien van mij,
15b dood mij dan toch hier en nu!
Nu wordt deze doodswens begrijpelijk: In zijn toorn heeft God gezegd. Het volk heeft mij verworpen, nu verwerp ik het volk. Ik zal niet langer meer voor het volk zorgen, doe jij het maar Mozes. Er is maar één ding dat Mozes zo wanhopig kan maken dat hij de dood verkiest, en dat is de Godverlatenheid. Als God hem verlaat, zonder God heeft het leven voor hem geen zin meer.
Maar zegt Mozes:
15c Indien ik genade vind in uw ogen,
15d dan hoef ik het kwaad over mij niet te zien.'
Genade vinden in Gods ogen betekent in de Bijbel dat God bij je is. Als God bij hem is, dan zal Mozes dus niet het kwaad wat God heeft aangekondigd te doen overkomen. Als God met hem is, dan hoeft Mozes niet de Godverlatenheid te doorstaan.

Gods toorn
= God verlaat het volk
= Mozes moet alleen voor het volk zorgen

7. Gods toorn en Mozes' voorbede (Ex. 32-33)
Om zeker te weten of je met zo'n interpretatie op het goede pad zit, is het verstandig om naar teksten te kijken die erop lijken.

Het beste vergelijkingsmateriaal biedt Exodus 32-33.
Daar verwerpt het volk God ook door de bekende geschiedenis met het gouden kalf. Daar ontbrandt Gods toorn ook en wordt veel duidelijker gezegd wat Gods toorn betekent:

Gods toorn betekent daar 2 dingen:
1) God wil het volk vernietigen (Ex. 32:10) 
2) God wil het volk verlaten (Ex. 33:1-3)

Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille: of het volk is er niet meer, of God is er niet meer. Gods toorn betekent dus altijd een verbreking van het verbond tussen God en het volk.

We moeten niet onderschatten hoe ernstig dit is. Dat verbond betekent dat God en het volk bij elkaar zijn. Dat betekent dat God in het midden van het volk woont. Daardoor heeft het volk aan niets meer gebrek. Daar stonden we zoeven al bij stil: Maar veel belangrijker: hierdoor werden ze het volk van God en gingen ze op weg naar het beloofde land.

Met dat verbond staat dus alles op het spel: en dus doet (en moet) Mozes wel voorbede doen. Mozes' voorbede is altijd effectief. De voorbede voorkomt dat het verbond verbroken wordt. Het voorkomt overigens niet dat God de schuldigen nog wel straft. Ook in Exodus 32-33. Toch is Gods toorn in die straf anders van karakter: het verbond wordt daardoor niet verbroken.

Dit zien we terug in Numeri 11.
Gods toorn betekent dat God het volk verlaat, dat is dus een betrouwbare uitleg.
Numeri 11 is dus vergelijkbaar met Exodus 33. En dan is het leuk, dat als je eenmaal op het goede spoor zit, de Bijbel dat ook constant bevestigt. Want als je dan Exodus 33 nog eens leest, lijkt dat sprekend op Numeri 11.
- als God aankondigt het volk te verlaten, vind het volk dit een 'kwaad' woord
- het volk 'zit een ieder voor de deur van zijn tent'
- Jozua komt in dit verhaal voor, evenals in Numeri 11
Belangrijkste:
- de woorden die Mozes bidt in Ex. 33 en Num. 11 lijken sprekend op elkaar

Het kan dus niet anders, dan dat het gebed van Mozes in Numeri 11 ook een vorm van voorbede is.

In Exodus 33 en Numeri 11 worden dezelfde argumenten gebruikt. Mozes zegt:
- God waarom verlaat u het volk,
- zo verlaat u ook mij?
- Maar ik heb toch genade gevonden in Uw ogen? Dat wil zeggen: U heeft toch gezegd dat U altijd bij mij zult zijn?
- Nu: als u bij mij bent, en ik ben bij het volk,
- dan moet u dus ook bij het volk blijven!

8. Gods antwoord in Numeri 11
God antwoordt 
- 70 oudsten  voor jou Mozes, dan ben je niet alleen 
- kwakkels  voor het volk, dan zullen ze eten

70 oudsten
- Verzamel 70 oudsten
Misschien herinnert u zich nog hoe vaak het woord 'verzamelen' in Numeri 11 voorkomt. Tegenover het 'verzamelde volk, dat naar vlees verlangde, verzamelt God een nieuwe groep mensen. Zij zijn niet in het kamp, niet in het midden van de Israëlieten, maar God verzamelt hen rondom de tent en daalt in hun midden neer en verdeelt zijn Geest over hen.

Dat neerdalen is al bijzonder. God wilde het volk verlaten, maar daalt nu toch neer. Niet in het midden van het volk weliswaar, maar al wel in het midden van deze groep oudsten. In het profeteren van deze oudsten ervaart Mozes al weer iets van Gods nabijheid.

Kwakkels & Mozes' vraag
Gods antwoord gaat verder.
God belooft vlees voor het volk.

Mozes heeft gebeden dat God voor het volk zou zorgen
in plaats van het volk aan haar lot over te laten.

Maar dat vlees was het hele probleem niet.
Ze waren blind voor de zegen van het manna.
Ze hebben dus eigenlijk ook geen vlees nodig,
Maar inzicht!

Als God dan voor het volk moet zorgen zoals Mozes vroeg
Dan gaat God ook werkelijk voor het volk zorgen:
Het zal hen zoveel kwakkels geven, dat het volk tot inzicht zal komen dat ze helemaal geen vlees nodig hadden. Ze zullen het vlees verfoeien en weer blij zijn met het manna. 
God leert het volk een lesje.

Maar dan snapt Mozes het niet:
Vers 21: Hoe gaat u voor al dat vlees zorgen?
'Zes honderd duizend man te voet telt het volk, en ík ben in hun midden.'

Kijk, nu komt het er weer op aan goed te lezen. Mozes twijfelt niet of God wel machtig genoeg is om voor vlees te zorgen. Mozes zegt: als u het volk heeft verlaten, als u er niet bent dan kunt hen geen vlees geven. Ik ben immers nog steeds alleen in hun midden, u bent er niet.

Hij herhaalt eigenlijk de kernvraag van zijn eerste gebed:
Ik wil dat u zelf weer in het midden van het volk zult komen wonen!

God zegt dan: wacht maar af. Je zult zien, je zult het allemaal gaan begrijpen. Je zult zien of mijn woord aan jou zal geschieden.

'Mijn woord aan jou', dat is niet de belofte van de kwakkels. Dat is de belofte aan het volk. Het woord aan Mozes is dat van de oudsten. God zegt dus eigenlijk:
Nu begrijp je het nog niet, je bent nog alleen in het midden van het volk. Maar wacht maar tot ik de oudsten heb aangesteld, dan zul je het begrijpen.

En zo gaat het verhaal dan ook verder.

9. Eldad en Medad

Overzicht opbouw tekst:
70 oudsten
kwakkels
    Mozes: Ik snap het niet?
70 oudsten
kwakkels (slot)

God belooft 70 oudsten, God belooft kwakkels. Mozes zegt: Ik snap het niet. God zegt: wacht maar, wanneer de oudsten worden aangesteld zul je het begrijpen. God geeft oudsten en God geeft kwakkels. Maar precies tussen die 2 in zit, zoals we mogen verwachten dus een extra verhaal, waarin Mozes tot inzicht komt en het allemaal gaat begrijpen.

Overzicht opbouw tekst:
70 oudsten
kwakkels
     Mozes: Ik snap het niet?
70 oudsten
     Eldad en Medad
kwakkels (slot)

Wat snapt Mozes?

Nou, bij Eldad en Medad gebeurt hetzelfde als bij de oudsten: Gods geest daalt op hen neer en ze profeteren. Er is alleen 1 groot verschil tussen hen en de andere oudsten. De oudsten zijn rondom de tent verzamelt, Eldad en Medad zijn nog in het kamp!

God daalt nu dus ook met zijn Geest ook in het kamp neer! En wel op Eldad en Medad. Hun namen betekenen: 'geliefde'
God zegt als het ware tegen Mozes: Zie nu maar, ik ben ook in het kamp in het midden van mijn geliefde volk aanwezig.

Dit heeft 3 gevolgen:

1. Mozes snapt het:
Het volk heeft geen vlees nodig, het volk heeft Gods geest nodig! (vers 29)
Mozes maakte zich bezorgd hoe God het volk vlees ging geven,
Nu ziet Mozes in: Och God, zij hebben geen vlees, maar Uw Geest nodig!

Wat een tegenstelling niet?
Het volk heeft het nodig dat Gods geest in hun midden is.
Maar het volk trekt vrolijk de woestijn in om vlees te verzamelen.

2. Voorspelling
Mozes' uitspraak vormt een voorspelling.
Mozes roept: Och God, geef toch uw geest over heel het volk.
En dat is precies wat God doet.

Een wind van God brengt kwakkels. Maar wind en geest zijn in het Hebreeuws exact dezelfde woorden. De geest van God komt dus over heel het volk, en het is precies wat ze nodig hebben. Het brengt zoveel kwakkels dat het volk zal zien dat ze God en manna nodig hebben, geen vlees.

3. Gods trouw aan Mozes en volk
God laat ook zien dat Hij trouw is aan Mozes en het volk en hen niet verlaat. Mozes en de andere oudsten volgen het voorbeeld van Eldad en Medad en verzamelen zich nu in het kamp. Nu is God weer in het kamp aanwezig, door middel van deze nieuwe groep mensen, die namens God het volk naar het beloofde land zullen leiden.

Maar dan is er dus geen ruimte meer voor die andere groep mensen. God zal hen uit de weg moeten ruimen. De groep mensen die verlangde naar vlees en het volk zo misleidde, wordt gedood.

10. Samenvatting
Maar nu gebeurt er dus iets bijzonders. Wat eerst een zware straf van God leek, blijkt nu geen straf te zijn, maar genade van God. Het leek een zware straf dat God het volk sloeg met een plaag. Het einde van het verhaal leek alles behalve een 'happy end'. Maar nu zien we dus, dat deze plaag van God pure genade is. Hierdoor sterft het verzamelde volk, en komt er ruimte voor een nieuw verzameld volk. Zo neemt God zijn plek in onder het volk en gaan zij weer op weg naar het beloofde land.

- Beloofde land is het centrale einddoel waar ze naar op weg zijn.
- Gods aanwezigheid is het enige dat ze daar kan brengen. God is de gever.
- Hij wil het volk, zijn volk, graag dat land geven.

Gever:                             Doel                        Ontvanger:
JHWHs aanwezigheid → beloofde land   →   volk  

Probleem:
Er was een enorm probleem.
Wenende volk → Zit neer en wil niet verder. Volk heeft er geen zin meer in, maar wil terug naar Egypte.
Gods toorn → JHWH heeft er ook geen zin meer in.

Probleem:
Wenende volk
Gods toorn
   ↓
Oplossing:
Kwakkels = lesje voor het volk )
Plaag = verzamelde volk weg    ) Gods toorn!

Uitleg schema: zie slide

Eerst was Gods toorn het probleem, aan het eind is dat juist de oplossing! De 30 dagen kwakkels en de plaag klinken heel erg. Ze zijn een uiting van Gods toorn, inderdaad. Maar deze toorn is precies dat waarmee het volk geholpen is. Daardoor staat het volk weer op en verder trekt naar het beloofde land.

(Hij leert het volk een lesje. Door de kwakkels zullen ze de zegenrijke realiteit van het manna gaan inzien. En terwijl zij in de woestijn kwakkels aan het rapen zijn, lost God het probleem op, van dat verzamelde volk dat de Israëlieten verleidde tot vlees. Zij sterven. En in de tussentijd heeft God een nieuw volk verzameld in het midden van het volk. Een verzamelt volk geleid door de Geest van God. Deze mensen zullen Israël weer naar het beloofde land leiden!)

Gods toorn is niet waardoor hij het volk verlaat.
Gods toorn zorgt er nu juist voor dat hij weer in het midden van het aanwezig kan zijn.
Gods toorn is nu iets om dankbaar voor te zijn.

Dát is de kern van het verhaal. Dat Gods toorn zorgt ervoor dat JHWHs streven temidden van het volk te wonen en het volk naar het beloofde land te dragen doorgang vindt.
Gods toorn betekent niet het einde van het verbond, maar de voortzetting ervan.
Gods toorn betekent voor het volk nu genade.
Gods toorn is genade geworden.

Dat is bijzonder. Dat Gods toorn iets goeds kan worden.

Dat gebeurde dan ook niet zomaar.
Dat gebeurde enkel door de voorbede van Mozes.
Door de voorbede van Mozes verlaat God het volk niet,
Maar verandert God de uitvoering van zijn toorn.

Door de voorbede van Mozes is Gods toorn Zijn genade geworden. Zo is Mozes de held van het verhaal.

11. Slot: Het evangelie
Zo is het hele Oude Testament vol van het evangelie van God.
Want precies dat is het evangelie: dat Gods toorn genade kan worden.

Wij die nooit oog hebben voor God staan vol onder Gods toorn.
Maar zoals Mozes bad, bad Jezus ooit: Mijn God mijn God, waarom hebt gij mij verlaten.

Mozes werd wanhopig van het uitzicht eeuwig zonder God te zijn, hij wilde liever sterven. Jezus maakte het mee, hoe het is om geheel zonder God te zijn, daarom moest hij sterven. Met die dood werd de godverlatenheid zelf aan het kruis genageld en overwonnen.

Zo werd Gods toorn zijn genade. En Jezus? Hij is 'de held', ja onze Redder en Heiland.

Daar ligt mijn passie voor het Oude Testament:
Op elke pagina kom ik er Christus tegen.

  • Agenda

    eerstvolgende preekbeurten 2015:

    5 april
    Apeldoorn De Fontein

    12 april
    Boskoop De Stek

    19 april
    Baambrugge

    26 april
    Goede Herderkerk Huizen

    3 mei
    Ter Aar

    10 mei
    Vuren

    17 mei
    Bevestigingsdienst Tollebeek

    24 mei (Pinksteren)
    Intrededienst Tollebeek

    31 mei
    Nieuw Vennep

    7 mei
    Tollebeek
    Bevestiging Ambtsdragers

    14 mei
    Tollebeek
    Heilige Avondmaal

    Meer agenda