Meer dan rijkdom (Deut. 17)

Deuteronomium 17:14-20
Psalm 19:8-11

Jeugddienst winter 2004 (eerste jeugddienst ooit :-)


1. Een koninklijk bezit

De bijbel is niet ouderwets  
De bijbel is niet modern  

De bijbel is ...... eeuwig.

Zo drukte Luther - reeds eeuwen geleden - uit hoe bijzonder kostbaar de bijbel is:

In den beginne was het Woord.......
zo lezen wij in de bijbel,
en het Woord is in alle opzichten 'het einde'!

De Bijbel is een bijzonder boek. Ik heb er een paar uit mijn collectie meegenomen. In Nederland hebben we een overvloed aan bijbels, in alle soorten en maten. Toch had ik de situatie in Nederland misschien vollediger en eerlijker geschets wanneer ik er een groot bord boven had gehangen, met de tekst: Lezers gezocht!

In de tijd van het Oude Testament kende men geen overvloed aan bijbels. In de tijd van de koningen, Saul, David en Salomo, zo'n 1000 v.Chr, bestond de boekdrukkunst nog niet, en werd de bijbel met de hand overgeschreven. Dat was een tijdrovende bezigheid, waarvoor gespecialiseerde mensen nodig waren. De mensen hadden dus geen bijbeltje op hun nachtkastje liggen.

Er was 1 uitzondering:
De koning moest, in opdracht van God, wel een bijbeltje op zijn nachtkastje hebben liggen!


Dat hebben we zojuist gelezen in Deut. 17.
In vers 18 lezen we: 

wanneer hij nu - dat is de koning - op de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zichzelf een afschrift laten maken van deze wet, welke bij de levitische priesters berust.

De koning moet een 'afschrift van de wet' voor zichzelf laten maken. Het woord 'afschrift' is gebruikt om aan te geven dat de boeken toen der tijd werden overgeschreven. Het woord 'wet' wordt gebruikt om te verwijzen naar de Bijbel. Men sprak toen niet van de Bijbel, want de meeste Bijbelboeken waren toen nog niet eens geschreven waren. De 1e vijf Bijbelboeken, Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, bestonden toen grotendeels al wel. Deze boeken staan vol met wetten, dus noemde men deze boeken 'de Thora' - de wet. De wet is voor de Israëlieten wat voor ons de Bijbel is. 

 

Dat de koning een 'afschrift van de wet' moest hebben, betekent dus, vertaald naar het jaar 2004, dat de koning een exemplaar van de bijbel moest bezitten.

2. Koninklijke rijkdom
Wat moet de koning nu met een Bijbeltje? Wat heb je aan een Bijbeltje als je een heel volk moet regeren? Heeft een koning niet veel meer aan macht, geld en vrouwen? Dat was in ieder geval het beeld dat het volk Israël van een koning had. Een koning had militaire macht nodig om tegen vijanden bestand te zijn, om het land te regeren; hij moest veel geld hebben om zijn dienaren te kunnen betalen en om indruk te maken op andere koningen. Een koning was toch een groot man, die in weelde moest leven, omringt door vele vrouwen. Zulke koningen zag Israël in de landen om hen heen. Zij waren daar van onder de indruk. Zo'n koning wilden zij ook!

Vers 14 horen we de Israelieten zeggen:
Ik wil een koning over mij aanstellen! zoals alle volken rondom mij hebben!

Het is de vraag of ons beeld van een koning zo anders is. Goed, een grote harem, dat hoeft misschien van ons niet zonodig. Maar wij kunnen ons toch ook niet een arme koning voorstellen? Een koning zonder macht? Zo'n koning, daar is weinig koninklijks meer aan. Hoe moet zo'n koning dan heersen?

God denkt daar heel anders over. Hij geeft een grondige herdefiniering van het koningschap. Een koning is inderdaad een bijzonder persoon, met een bijzondere taak - en hij moet daarvoor inderdaad rijk zijn, maar dan wel echt rijk. Militaire macht, vrouwen, geld, - dat is in Gods ogen helemaal niet zo kostbaar. Een Bijbeltje, dat is in Gods ogen kostbaar.

Lees maar mee in vers 16:

Maar hij zal niet veel paarden houden...

Paarden waren nodig voor het leger, om de strijdwagens voort te trekken, voor de cavelarie. Veel paarden betekent veel militaire macht. Maar God zegt: nee koning, je zal niet veel paarden houden.

Vers 17:

Ook zal hij zich niet vele vrouwen nemen, opdat zijn hart niet afwijken...

Koningen trouwden met vrouwen uit allerlei landen, met het oog op allerlei diplomatieke relaties, om internationale belangen veilig te stellen. Koning Salomo ook, hij had wel 1000 vrouwen en zijn hart week af van God omdat deze vrouwen hem aanzetten tot afgodendienst.

Vers 17 gaat verder:

Ook zal hij zich niet te veel zilver en goud vergaren.

Voor God hoeft de koning ook al niet zo rijk te zijn dat hij op de Quote-lijst van de 500 rijkste mensen terecht zou komen.

Maar ! - vers 18:

Wanneer hij nu op de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zich een afschrift laten maken van deze wet.

Een 'afschrift van de wet' is in Gods ogen meer waard dan al die andere rijkdommen.
Een bijbeltje, is........meer dan rijkdom.

3. Kostbaarder dan goud (psalm 19)
Er zijn in Israël veel koningen geweest die de de waarde van Gods wet niet inzagen,- maar er waren gelukkig ook koningen die dat wel inzagen. Koning David was zo'n koning. In Psalm 19 beschrijft hij waarom de wet van God zo kostbaar is.

Psalm 19:

De wet des HEREN is volmaakt
Zij verkwikt de ziel
De getuigenis des HEREN is betrouwbaar
Zij schenkt wijsheid aan de onverstandige,
De bevelen des HEREN zijn waarachtig
Zij verheugen ons hart
Het gebod des HEREN is rein
Voor immer bestendig  (de Bijbel is eeuwig, zo formuleerde Luther het).
De verordeningen des HEREN zijn waarheid
Altegader rechtvaardig
Kostelijker zijn zij dan goud,
Ja, dan veel fijn goud.

De wet des HEREN is volmaakt, zo begint David. En dan volgen er nog 11 redenen, waarom die wet zo volmaakt is. En daarom komt David tot dezelfde conclusie als in Deuteronomium: De Bijbel is kostbaarder dan goud, ja dan veel fijn goud.

4. Koninklijke verantwoording: regeren door Gods woord
Toch heb je weinig aan zo'n kostbaar bezit als je het alleen maar bezit, en er niet in leest. Dan bezit je alleen maar een boekje met.....ff kijken....1051 pagina's. Als het boek op de plank blijft liggen, tja dan vergaat dat boek op de lange duur vanzelf. Dan kun je er net zo goed elke dag een blaadje uitscheuren: een voor maandag - daar gaat dinsdag - woensdag - donderdag... -

Als je niet in de bijbel leest, ben je weliswaar zo rijk als een koning en toch heb je er niets aan.

Ook de koning uit Deuteronomium heeft weinig aan dat 'afschrift van de bijbel' als hij er niet in leest. Daarom gebiedt God de koning er elke dag in te lezen. In vers 19 lezen we:

Dat (afschrift van de wet) zal hij bij zich hebben, en daarin zal hij lezen gedurende heel zijn leven...

Nu staat er in de grondtekst letterlijk, zoals de Statenvertaling ook vertaald:

En hij zal daarin lezen alle dagen van zijn leven.

De koning moet elke dag in de Bijbel lezen, geen dag uitgezonderd. Dat betekent: niet 365 dagen per jaar een blaadje uit die Bijbel scheuren, maar 365 dagen per jaar die Bijbel pakken en er in lezen.

Een klein maar belangrijk detail: Het gebod om elke dag Bijbel te lezen begint als volgt: "hij zal de wet bij zich hebben, en daarin lezen". Als je de Bijbel op een plankje ergens in een kastje hebt liggen, dan komt er van dat lezen weinig terecht. Je moet beginnen met die Bijbel bij je te hebben - bovenop dat reeds enkele malen genoemde nachtkastje bijvoorbeeld - dan heb je een goed uitgangspunt om er elke dag in te lezen. Het zal je er ook telkens aan herinneren om te lezen.

Dat vereist wel enige discipline: elke dag in die Bijbel te lezen. Laten we maar eens voor onszelf nagaan: wat is er nou in ons leven dat we echt elke dag doen?
We gaan niet elke dag naar ons werk;
We gaan niet elke dag naar school;
we geven ook niet elke dag geld uit.

Ik kan alleen van die basale dingen noemen die we echt elke dag doen: Eten en drinken, kleding dragen, slapen, ademen... Dat soort dingen moeten we wel elke dag doen, anders zouden we niet kunnen leven, het zijn onze eerste levensbehoeften. Zonder te ademen leef je niet. Inderdaad! Zonder dat, leef je niet! Gods Woord lezen wordt op één lijn gesteld met deze eerste basisbehoeften: zonder dat kun je gewoon niet leven!

5. De daad bij het woord voegen

De Koning bekleedde de hoogste positie in zijn rijk. Daarom gaf God de koning ook een grote verantwoordlijkheid. De koning moest een Bijbeltje te bezitten om daar elke dag in te lezen.

En die verantwoording gaat nog veel verder. Want, net zo min als het zin heeft een Bijbeltje te hebben en er niet in te lezen, net zo min heeft het zin om er in te lezen en er vervolgens niets mee te doen. Vers 19 stopt niet bij het gebod om dagelijks Bijbel te lezen, maar gaat verder met het doel ervan, namelijk

te leren God te vrezen, door al de woorden van deze wet, en al deze inzetting naarstig te onderhouden.

Het lezen moest leiden tot twee dingen: 1) ontzag voor God en 2) tot een leven overeenkomstig die wet.

Zo denkt God over een koning - een koning die regeert over zijn volk, zonder zich hoogmoedig op te stellen, uiteindelijk is hij ook maar een mens en dient hij zelf God te vrezen. Daarnaast moet hij zogezegd 'de daad bij het woord voegen'. Hij moet ook doen wat hij heeft gelezen. Op deze manier is de koning een levend voorbeeld voor het volk, van wat er in die wet staat. De meeste mensen hadden in die tijd geen eigen bijbeltje - en konden dus ook niet lezen wat erin stond. De koning moest in zijn leven een voorbeeld zijn van wat er in de wet van God stond.

Dat is pas echt regeren: God vrezen, en andere mensen door je levenswandel op God wijzen!

Wij zeggen vaak: Geen woorden, maar daden. Maar dat leert deze tekst ons juist niet! We moeten eerst in de Bijbel lezen, dat is de richtlijn voor ons handelen. Geen daden, zonder woorden!

6. Jezus' koningschap

God is radicaal in zijn opdracht. No compromise allowed! De koning moest de wet lezen en mocht noch naar rechts, noch naar links afwijken van die wet (vers 20). Hij mocht geen één keer de fout in gaan! 365 dagen per jaar in de Bijbel lezen lijkt al een onmogelijke opdracht, maar dan ook nog een 365 dagen per jaar precies doen wat er in die Bijbel staat. Dat is toch helemaal onmogelijk!?

Dat zijn grote woorden, en ze vragen inderdaad om hele grote daad. Het vroeg om een daad van Gods kant om Zijn Zoon Jezus Christus naar deze aarde te sturen - Christus was Zelf een 'afschrift van de wet', Hij was het Woord van God zelf, en Hij heeft heel Zijn leven lang, 365 dagen per jaar, de daad bij Het Woord gevoegd. Hij week niet 1 keer naar rechts of naar links. Hij vervulde de gehele wet.

Deuteronomium is de wet van God die een volmaakte koning beschrijft;
Christus ís die volmaakte koning.

7. Onze koninklijke roeping

En dan wordt ik heel stil, van ontzag. Wat moet ik daar nu nog op zeggen, als ik eraan denk dat deze Jezus, een volmaakte koning in Gods ogen, wel een verschrikkelijke kruisdood stierf. Kan ik in zo'n koning geloven? Of wil ik toch liever die machtige koning, met veel geld en glorie?

Kan ik geloven in Jezus?

Een koning zonder luister,
een spreker zonder woorden,
een leider zonder macht,

een strijder zonder wapens,
een God, Die zich liet doden...
een lam, dat werd geslacht?

God gelooft in zo'n koning.
En daarom mogen, kunnen en moeten wij er ook in geloven.
 
Geloof jij ook in deze koning?

Dan ben je namelijk een kind van God geworden. Dan ben je een kind geworden van de grote Koning, dan ben je een koningskind!

Petrus noemt de christenen in het Nieuwe Testament 'een koninklijk priesterdom'. Een priesterdom omdat wij God mogen dienen, en koninklijk omdat wij de Koning toebehoren. Hoor je dat?Jij bent van koninklijke bloede!

Ik koninklijk? Nee...ik ben maar een gewoon mens......
Denk je dat?

Nu, ook David, die psalm 19 schreef,  was maar eenvoudige schaapsherder - toch zag God in Hem een koning. Als wij in onszelf alleen maar een herdersjongen zien, dan ziet God misschien wel een koning in ons!

En wat voor een koningen zijn wij!? Niet rijk in zilver of goud, maar veel meer dan rijk! Dat Christus voor ons naar deze aarde is gekomen, voor ons stierf.... dat is het grootste geschenk dat God de Vader ons maar kon geven. Wat beseffen wij dat vaak toch slecht! Veel christenen zijn net kleine kinderen: ze mopperen over zakgeld, maar weten niet dat hun Vader een vermogen op de bank heeft gezet!

8. De Bijbel

En die Vader heeft niet alleen een vermogen op onze rekening gezet, hij heeft ons ook het bijbehorende bankboekje gegeven, zodat wij kunnen weten hoe rijk we eigenlijk wel niet zijn!

Als we nu maar eens de moeite zouden nemen om dat bankboekje open te slaan!

Psalm 19 sprak over de Bijbel in termen van 'de wet' die  'volmaakt', en 'rein', en 'waarachtig' is. Het zijn allemaal wat abstracte termen, misschien kun je daar wel helemaal niks mee. Ik zal het daarom concreter voor je maken. De bijbel is als een bankboekje dat je vertelt welk vermogen je Vader op je rekening heeft gezet. Dat bankboekje, de bijbel vertelt namelijk niet alleen over de wetten van God voor de Koning, het vertelt ons ook over deze grote Koning zelf. Over onze grootste schat, het geschenk van God, dat Hij zijn Zoon aan ons gaf. En omdat de bijbel daarover vertelt, is de Bijbel zelf kostbaarder dan goud.

'Meer dan rijkdom'
- slaat dat nu op Christus die voor ons is gestorven, of op de Bijbel?
Het antwoord is simpel: op beide.
Misschien vind je dat een wat gemakkelijk antwoord, maar toch is het zo!
Maar ik wil het ook wel onder 1 term voor je samenvatten: Meer dan rijkdom? Het 'Woord van God' is meer dan rijkdom. Christus is het 'Woord van God' en de Bijbel is het Woord van God. Door het lezen van het Woord van God, leer je de God van het Woord kennen.

En geloof me, dat is een God van oneindige liefde! En weet dan, dat God ons de belofte geeft, zoals het staat in 1 Johannes:

Degene die het Woord van God bewaart, in diegene is waarlijk de liefde Gods volmaakt.

Mooi he, dat wij die liefde kunnen leren kennen.
Vreemd he, dat zo weinig mensen er dan ook moeite voor willen doen?

9. Bijbellezen
Wij zijn als mensen altijd zo uit op het vergaren van zoveel mogelijk rijkdom - maar met betrekking tot het kostbaarste dat er bestaat op aarde, ontbreekt die drang zo vaak!
 
Laten we die opdracht voor de koning uit Deuteronomium nog maar een keer lezen, maar nu met de wetenschap in het achterhoofd, dat wij zelf koninklijk zijn.

Vers 19
En dat afschrift van de wet (ons Bijbeltje dus)

zal hij (jij dus!)

bij zich hebben (bovenop dat inmiddels beroemde nachtkastje dus)
En daarin zal hij (jij dus)

lezen al de dagen van zijn leven (er staat niet: als je er zin in hebt, zul je erin lezen, of: 
als je er tijd voor hebt, zul je erin lezen, maar: alle dagen, zul je erin lezen!)

We zijn koninklijk en God geeft ons een koninklijke verantwoordelijkheid. Het uitsluitend nastreven van rijkdom en pleziertjes is je roeping gewoon onwaardig!

Elke dag Bijbellezen is een grote verantwoording. Het zal je tijd en moeite kosten. Maar, mag het je ook wat kosten? Je zou jezelf eens kunnen vragen: Heb ik zo mijn best gedaan, dat het me alles kostte? De Here Jezus zou dat namelijk wel kunnen zeggen.

De daad bij het Woord voegen is moeilijk, noch rechts noch naar links afwijken, precies dat doen wat in de Bijbel staat, dat zal ons nooit helemaal lukken. Gelukkig hebben wij het voorbeeld van de volmaakte Koning Jezus. Dat voorbeeld kunnen wij navolgen, en daar kunnen wij op kunnen terugvallen als het niet lukt. Dan mogen we weten dat het Hem wel lukte. Deze Koning Jezus is niet alleen gekruisigd, hij is ook opgestaan. Hij leeft nu, en zal ons daarom nu ook helpen om onze koninklijke verantwoording te vervullen.

Laten we het even praktisch maken:
Wie heeft er een Bijbeltje bij zich vanavond?
Pak die vast! (Bijna niemand dus.. ;-))

Goed, dat is stap 1: Je hebt je Bijbeltje bij je (of dus niet...). Dat was waar het gebod namelijk mee begon.

Stap 2: Sla die Bijbel nu in het midden open.

Stap 1 en 2 hebben we samen gedaan: Bijbel pakken en openslaan. En dat was heel zo moeilijk niet, toch?

Stap 3 is de opdracht aan jou om er zelf van nu af elke dag in te lezen: En geloof me ook dat is heel zo moeilijk niet. FF checken: ja mijn Bijbel is toch echt in het Nederlands gedrukt, dus ik neem aan die van jullie ook, dus met dat lezen moet het gewoon toch lukken!

Wij mogen met Christus als koningen heersen. Ons heersen is nooit met een scepter en een kroon in onze handen, maar met de Bijbel en een oprecht leven in onze handen. Dat is heersen door God te dienen. Zo regeren wij over andere mensen; zo regeer jij nu al over het leven van je buurman, buurvrouw, vriend, vriendin, klasgenoot en zelfs leraar door hen op deze zelfde weg te leiden, de weg van Gods liefde.

Net als de koning uit Deuteronomium in zijn levenswandel een voorbeeld voor het volk moest zijn, moeten wij ook in ons leven een voorbeeld voor andere mensen zijn.

En vergeet niet dat ook nu veel mensen geen Bijbel hebben. Jouw leven is de enige bijbel is die sommige mensen ooit zullen lezen.

10. Slot

De conclusie is als volgt: Uit deuteronomium leren wij dat de koning 365 dagen per jaar zijn bijbeltje moest lezen. Hij moest de inhoud ervan exact opvolgen en mocht niet ter linker of ter rechter ervan afwijken. Christus was de grote koning. Hij leefde naar de wet 365 dagen per jaar. Hij kende die door en door, en week nog ter linker nog er rechter zeide ervan.

En dan wij? Wij behoren deze Koning toe, door zijn verlossend werk. Wij zijn koninklijk!

U en Jij, je bent koninklijk,
leef je ook koninklijk?

Dat zijn grote woorden, die vragen om grote daden.

Mijn antwoord is, dat de Bijbel voor mij zo kostbaar is, dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om er ook werkelijk pagina's uit te scheuren. Daarom heb ik gewoon een ander oud boekje genomen dat ik op de rommelmarkt op de kop had getikt... Een bijbeltje is voor mij veels te kostbaar om werkelijk pagina's uit te scheuren, ik lees er liever in - want de Bijbel is voor mij meer dan rijkdom.

Dat is mijn antwoord,
Wat is jouw antwoord?

Amen


  • Agenda

    eerstvolgende preekbeurten 2015:

    5 april
    Apeldoorn De Fontein

    12 april
    Boskoop De Stek

    19 april
    Baambrugge

    26 april
    Goede Herderkerk Huizen

    3 mei
    Ter Aar

    10 mei
    Vuren

    17 mei
    Bevestigingsdienst Tollebeek

    24 mei (Pinksteren)
    Intrededienst Tollebeek

    31 mei
    Nieuw Vennep

    7 mei
    Tollebeek
    Bevestiging Ambtsdragers

    14 mei
    Tollebeek
    Heilige Avondmaal

    Meer agenda